Het is me weer wat de laatste tijd in fiscaal wonderland. In de laatste rechte lijn van de huidige legislatuur proberen politieke partijen met een laatste krachttoer alsnog een fiscaal cadeautje uit te delen aan de achterban. Zo werd recent bijvoorbeeld het voorstel bekrachtigd om tuinaannemers toe te laten om slechts 6% in plaats van 21% BTW aan te rekenen wanneer zij plantjes leveren bij de aanleg of het onderhoud van tuinen. En ook de Ministerraad keurde recent nog in ijltempo wetsvoorstellen goed om de bestaande tax shelter voor de filmindustrie en de podiumkunsten uit te breiden naar de gaming-industrie, en om het BTW tarief voor boeken en andere publicaties die langs elektronische weg ter beschikking van de lezers worden gesteld eveneens van 21% naar 6% te verlagen.

Dit zijn terug typische voorbeelden die aantonen hoe allerlei lobbygroepen de politiek proberen te beïnvloeden in de hoop een eigen tailored made fiscaal gunstregime te kunnen toevoegen aan de reeds lange rij van fiscale koterijen. En het moet worden gezegd, de politiek laat zich op dat vlak ook graag beïnvloeden, want er is niets interessanter voor een politicus dan fiscale cadeautjes te kunnen uitdelen aan de achterban om electorale zieltjes te winnen. Mates don’t tax mates, noemde de voormalige Australische premier Tony Abbott, dit systeem van lobbyfiscaliteit.

De vraag is natuurlijk of al deze fiscale gunstregimes wel een goede zaak zijn voor de maatschappij. Fiscale uitzonderingsregimes hebben zeker hun plaats in de maatschappij op voorwaarde dat zij “wervend” zijn, dat wil zeggen dat zij bepaalde gerechtvaardigde doelstellingen voor ogen hebben onder andere op het vlak van economie, ecologie, armoedebestrijding, tewerkstelling etc. Het is enkel in die context dat fiscale gunstregimes kunnen kaderen binnen een rechtvaardige fiscaliteit. Dit is althans de mening van Aristoteles. In het boek Ethica Nicomachea beschrijft Aristoteles de “distributieve rechtvaardigheid”, die betrekking op het inzamelen en verdelen van alles wat er te verdelen valt over de leden van een bepaalde gemeenschap. Hierbij dient er volgens Aristoteles voor elke ongelijke inzameling en verdeling van de middelen binnen een gemeenschap een specifieke reden te bestaan die de samenleving ten goede komt.

Fiscale gunstregimes die aan dit idee van distributieve rechtvaardigheid beantwoorden, zijn dan ook perfect maatschappelijk aanvaardbaar. Een mooi voorbeeld van dergelijke wervende belastingregimes is de belastingvermindering voor pensioensparen die om sociale redenen mensen ertoe aanziet te voorzien in een aanvullend pensioen. Andere redelijk gerechtvaardigde gunstregimes zijn bijvoorbeeld de tijdelijke verhoging van de investeringsaftrek in de personenbelasting die als doel heeft de economie te stimuleren en de verhoogde beroepsmatige aftrek van elektrische voertuigen en bedrijfsfietsen die dan weer een ecologische inslag hebben.

Maar, en daar knelt nu net het schoentje, vaak hebben fiscale uitzonderingen helemaal geen redelijke rechtvaardiging of geen redelijke rechtvaardiging meer, wanneer dankzij een fiscaal gunstregime een bepaalde doelstelling werd bereikt. In dit geval kan er natuurlijk geen sprake meer zijn van een distributieve rechtvaardigheid. En net deze stelregel lijken de huidige regeringspartijen tijdens deze legislatuur uit het oog te zijn verloren. De Karaattaks invoeren als antwoord op verschillende fraudeschandalen in de diamantsector kan moeilijk als een gerechtvaardigd gunstregime worden beschouwd, net als het de facto vrijstellen van de echt grote vermogens bij de taks op de effectenrekeningen. En wat te denken van de regeling voor het onbelast bijklussen die niet kan worden toegepast door mensen die deeltijds werken of werkloos zijn. Welke redelijke verantwoording kan hiervoor bestaan?

En veel beterschap of voortschrijdend inzicht lijkt er op dat vlak niet te bestaan. Dit bleek onlangs nog toen CD&V-voorzitter Wouter Beke op Twitter liet weten dat de beslissing, om in navolging van Ford Genk van Limburg een ontwrichte zone te maken waar lagere loonlasten gelden, tot 4.061 nieuwe banen heeft geleid. Samen met Open Vld parlementslid Patrick Dewael, pleit Wouter Beke voor een verlenging van dit systeem om een Limburgse achterstand, naar een Limburgse voorsprong te doen evolueren. Wel net dergelijke redeneringen tonen aan dat men fout bezig is op het vlak van fiscale rechtvaardigheid. Het toekennen van lagere loonlasten voor ontwrichte zones die lijden onder massaal jobverlies, is gerechtvaardigd om een bepaalde regio terug economisch te doen groeien. Maar het is duidelijk dat zodra de economische kloof met andere regio’s is gedicht, het gunstregime zijn doelstelling heeft bereikt en dus moet stopgezet worden. Het gunstregime nu gebruiken om een economische voorsprong in Limburg te creëren, leidt tot oneerlijke concurrentie ten overstaan van andere regio’s waar hogere loonlasten gelden. En dat kan toch niet de bedoeling zijn, toch?