De financiële en fiscale wereld werd deze week nog maar eens opgeschrikt door de beruchte Panama Papers. Een nieuw lek met 1,2 miljoen documenten toonde aan hoe fiscale “Panamezen”, hebben gereageerd na het eerste datalek waarvan de informatie in 2016 door het beruchte consortium van onderzoeksjournalisten werd bekend gemaakt.
Uit de nieuwe informatie blijkt dat de offshore business nog steeds vrij levendig is. En opnieuw blijkt dat de banksector in deze business nog steeds een prominente rol speelt. Nadat de eerste versie van de Panama papers de bank Dexia reeds in opspraak had gebracht, is het nu de beurt aan ING en aan ABN Amro. Zo raakte deze week bekend dat ING België via zijn Zwitserse bijhuis nog tot vrij recent bankrekeningen heeft geopend voor postbusvennootschappen in Panama en op de Britse Maagdeneilanden, waar rijke Russen achter schuilgingen. ABN Amro van haar kant blijkt via haar filiaal in Antwerpen zaken te hebben gedaan met diamantbedrijven via dubieuze constructies op de Maagden-eilanden.
Dat thans de namen van ING en ABN Amro in het Belgische luik van de Panama papers opduiken zal misschien menigeen verassen. In alle fiscale schandaaldossiers van de laatste jaren zoals de Panama-papers, Swiss-leaks en Lux-leaks, heeft de banksector steeds de vermoorde onschuld gespeeld, ook tijdens de zittingen van de parlementaire onderzoekscommissie die deze dossiers moest onderzoeken. De realiteit toont nu echter een ander verhaal aan.
En ja het klopt dat offshore-structuren ook perfect legaal kunnen zijn en niet per definitie tot doel hebben belastingen te ontduiken. Maar anderzijds klopt het evenzeer dat heel wat van deze structuren er wel voor hebben gezorgd fiscale fraude kon worden gepleegd. En natuurlijk is het onaanvaardbaar wanneer mensen offshore-structuren gebruiken om belastingen te ontduiken in plaats van te ontwijken, maar het is al te makkelijk om in dit geval de fiscale en gerechtelijke pijlen enkel op de belastingplichtigen af te schieten. Want hoe men het ook draait of keert, het opzetten van een fraudeleuze structuur met buitenlandse schermvennootschappen kan niet zonder enige hulp en bijstand. Dat is een feit, tenzij u zou geloven dat de 91-jarige dame uit Oost Vlaanderen, die het parket in Gent in de Panama-papers heeft vervolgd, zelf en uit eigen initiatief op het vliegtuig is gestapt om in Panama een vennootschap op te richten. Natuurlijk is dat niet het geval. Net zoals alle andere landgenoten die in de Panama-papers zijn vernoemd heeft zij zich laten verleiden of misleiden door adviseurs die zeer vaak in de financiële sector zijn terug te vinden. En het is net daar dat de financiële sector een verpletterende verantwoordelijkheid draagt.
De ogen van de wereld mogen dan wel gericht zijn op het Panamese advocatenkantoor Mossack Fonseca, het aandeel van de banksector in het Panama-schandaal is minstens even groot. Reeds in 2009 bleek uit de RTBF-reportage, Peut on lutter contre les paradis fiscaux, dat Belgische banken betrokken zijn bij fiscale fraude via de Panama route. In deze reportage zat een fragment, gefilmd met een verborgen camera, waarbij een bankbediende van een Luxemburgs filiaal van een Belgische grootbank haarfijn uitlegde aan een Belgische klant hoe zij 200.000 euro niet aangegeven successiegeld, “discreet” via een Panamese vennootschap kon gaan beleggen. Een duidelijker bewijs van de betrokkenheid van de banken zal moeilijk gevonden kunnen worden, en de Panama-papers bevestigen dit bewijs alleen maar.
Vandaar dat het zo wraakroepend is dat de fiscus en justitie enkel en alleen de belastingplichtigen vervolgen die met naam in de Panama-papers werden vernoemd, maar niet de fiscale adviseurs en de banken die de Panama-constructies hebben begeleid en mee hebben opgezet. Nochtans stelt het strafrecht ook de personen strafbaar die daders van een misdrijf hebben geholpen of hebben bijgestaan. Dat de adviseurs en de banken buiten schot blijven valt echt niet te begrijpen en verdient maatschappelijke verontwaardiging. Het niet vervolgen van diegenen die een cruciale rol bij fiscale fraude hebben gespeeld is net hetzelfde als in een dopingschandaal de toeleveranciers van dopingproducten en de medici die dopingproducten hebben toegediend ongemoeid laten, maar wel de wielrenners die doping hebben genomen gaan vervolgen. Dit is compleet onverantwoord.
Een verklaring waarom diegenen die fraudeleuze offshore-constructies hebben begeleid niet worden aangepakt is er voorlopig niet. Het achterhalen van de identiteit van deze personen kan in ieder geval niet moeilijk zijn. Het volstaat de vraag te stellen aan de belastingplichtige wie hen heeft bijgestaan bij de opstart van de constructie. Het feit dat deze vragen niet worden gesteld, doet toch enigszins vermoeden dat er geen echte wil bestaat om ook de financiële sector te viseren en ter verantwoording te roepen. De vraag is of dit nu na de tweede onthulling uit de Panama-papers zal veranderen, of zijn de banken echt too big to jail?
howdy@taxicology.be
