Het blijft maar schandalen regenen in fiscaal wonderland. Na Luxleaks, Swiss-leaks, de Panama- en de Paradise-papers is het nu de beurt aan Luxleaks 2. In dit vervolgverhaal dat door de onderzoeksjournalistiek van de kranten De Tijd en Le Soir naar voor werd gebracht, worden de Luxemburgse belastingstructuren bloot gelegd van tal van vooraanstaande Belgische zakenfamilies en bedrijven. Lep op, in tegenstelling tot de vorige schandalen gaat het hier overwegend om structuren die zijn bedoeld om belastingen te ontwijken, niet om ze te ontduiken. Hoewel we ons ook wel de vraag moeten stellen of het werken met buitenlandse vennootschappen die niet meer zijn dan een veredelde brievenbus wel nog onder de noemer ontwijking kan vallen.
Dat er achter de Luxemburgse structuren opvallende namen schuil gaan, stond buiten kijf, maar dat ook de vakbonden zich met Luxemburgse fiscale structuren zouden bezig houden, zal allicht menigeen verrast hebben. Inderdaad, in de documenten uit het Luxemburgse bedrijvenregister konden ook de namen worden terug gevonden van vakbondslui van de industriële vakbond ACV Metea. Deze vakbond heeft in 2010 mee het Rural Impulse Fund II opgericht, een fonds voor microfinanciering, die kleine kredieten aan landbouwers en andere kleine ondernemers in ontwikkelingslanden verleent. AVC Metea investeerde 5 miljoen euro in het fonds en is samen met andere ACV-beroepscentrales ook aandeelhouder van Incofin, de beheerder van het fonds. De constructie werd opgezet in Luxemburg, maar wordt via België beheerd, wat meteen als doet vermoeden dat er bitter weinig activiteit in de Luxemburgse structuur plaats vindt. Daarboven verliep een deel van de investeringen ook nog eens via 5 postbusvennootschappen in Mauritius.
ACV Metea is zich ondertussen aan het weren zoals een duivel in een wijwatervat en probeert met allerlei argumenten de bevolking van haar positieve intenties te overtuigen zoals dat enkel in Luxemburg een nationale toezichthouder een dergelijk fonds kon controleren, maar veel indruk maakt dit allemaal niet. Welke uitleg ACV Metea nu nog voor de constructie uit zijn hoed probeert te toveren, het is een feit dat de omweg via Luxemburg en Mauritius de vakbond geen fiscale windeieren heeft gelegd. Dergelijke structuren kunnen in Luxemburg volledig belastingvrij opereren en ook de keuze voor Mauritius met zijn lage belastingtarief van 15% is overduidelijk fiscaal geïnspireerd.
Et alors, hoor ik u zeggen, heeft AVC Metea iets verkeerd gedaan, want het gaat toch om belastingontwijking? Wel dat valt nog te bezien, want zoals reeds aangegeven werken, met postbusvennootschappen is zoals werken met postduiven, met name verleden tijd. En de kans is reëel dat de fiscus en justitie hier de fraudekaart zullen trekken. Of ze dat ook zullen aandurven is een andere vraag, want de toepassing van de fiscale spelregels durft nogal eens te verschillen in functie van de ploeg tegen wie men speelt.
Maar los van dit alles komt natuurlijk de fiscale deontologie op de voorgrond. Het is uiteraard vrij hypocriet om moord en brand te schreeuwen tegen de fiscale voordelen voor multinationals en grote vermogens en te pleiten voor de invoering van een rijkentaks, maar ondertussen zelf de internationale fiscale toer op gaan om te ontsnappen aan het barre Belgische fiscale klimaat. Wie zich daaraan bezondigt heeft zijn zitrecht verloren aan de tafel van het debat over fiscale rechtvaardigheid. En als één organisatie het belang van fiscale maagdelijkheid in het fiscale debat zou moeten inzien is het wel het AVC.
Laat ons immers niet vergeten dat het fiscale blazoen van de Christelijke zuil reeds was aangetast door het bedenkelijke fraudeschandaal uit 2013 rond het ACW, dat nota bene al op even bedenkelijke wijze is afgehandeld door de Bijzondere Belastinginspectie. Laat ons verder ook niet vergeten dat het ARCO-spook ook nog steeds in de Belgische wandelgangen ronddwaalt en in dit verhaal van de belastingbetaler wordt verwacht financieel bij te springen om de ARCO-coöperanten te vergoeden. Met die verhalen in het achterhoofd, mogen we best met zijn allen verontwaardigd zijn over de Luxemburgse capriolen van ACV Metea.
Want of het nu gaat over verboden belastingontduiking of toegelaten belastingontwijking, het resultaat is voor het collectief van de belastingbetalers hetzelfde, met name dat 1 – 1 gelijk is aan + 2. Immers voor elke euro aan belasting die ontdoken of ontweken wordt, moeten de andere belastingbetalers die niet ontduiken of ontwijken een euro extra in de pot leggen. De evenwichtigheid van de fiscale bijdrageplicht vormt daarom de kern van het debat rond fiscale rechtvaardigheid, en dat lijkt het AVC even uit het oog te zijn verloren. Wie dan ook zelf voor een fiscaal onevenwicht zorgt heeft geen krachtige stem meer in het debat voor meer fiscaal evenwicht. Hoog tijd dus voor het ACV om mea culpa te slaan. Want enkel wie zonder fiscale schaamte is, mag de eerste steen werpen.
howdy@taxicology.be
