Ons land is weer een monsterlijke minnelijke schikking rijker. Het parket van Antwerpen maakte immers onlangs bekend dat het een minnelijke schikking heeft afgesloten in het fraudedossier met één van de rijkste Nederbelgen, Louis Reijtenbagh (72) als hoofdverdachte. Volgens het parket werd met de 12 beklaagden in dit dossier een akkoord gesloten tot het betalen van een bedrag van 50,9 miljoen euro, waarvan 50 miljoen euro voor rekening valt van de familie Reijtenbagh. In 2013 werd er reeds door de beklaagden met de fiscus een overeenkomst gesloten tot het betalen van 38,5 miljoen euro aan achterstallige belastingen, waardoor de totale afkoopsom van het fraudedossier op 89,4 miljoen euro komt te liggen.

Met deze minnelijke schikking komt aldus een einde aan één van de grootste dossiers rond domiciliefraude in ons land. Het onderzoek dat in 2007 werd opgestart, bracht aan het licht dat Louis Reijtenbagh, die officieel in Monaco was gedomicilieerd, eigenlijk gewoon sinds 1996 in ons land woonde en zijn wereldwijde zakenactiviteiten beheerde vanuit een kasteel in Brasschaat en een kantoor in Antwerpen-Zuid. Nu is Breijtenbagh niet de eerste die tegen de fiscale domicilielamp loopt. Reeds eerder hebben bijvoorbeeld ook wielrenner Tom Boonen en voetbaltrainer Guus Hiddinck een schikking met de fiscus moeten treffen wegens domicilieproblemen.

Wat velen echter uit het oog verliezen, is dat de problematiek rond domiciliefraude niet enkel van belang is om te bepalen of een particulier in België, dan wel in het buitenland personenbelasting moet betalen, maar ook binnen de Belgische nationale landsgrenzen is het van belang om de exacte woonplaats van de belastingplichtigen te localiseren. En dat is een onderschat probleem. Sinds de zesde staatshervorming is de personenbelasting immers een soort drietrapsraket geworden waarvan de opbrengst en de bevoegdheid wordt verdeeld onder de federale overheid, de gewesten en de gemeenten. De basisbelasting gaat naar de federale overheid, en zowel de gewesten als de gemeenten hebben de bevoegdheid om aanvullende belasting te gaan heffen op deze basisbelasting.

Precies omwille van deze gedeelde bevoegdheid is het dus niet enkel van belang om te weten of een persoon al dan niet in België woont, maar tevens van belang om te weten in welk gewest en in welke gemeente deze persoon woont. In normale omstandigheden zal de fiscus voor deze fiscale verdeling louter kijken naar de inschrijving in de bevolkingsregisters om de exacte fiscale woonplaats te bepalen, aangezien elke persoon de wettelijke verplichting heeft om zich in te schrijven in de registers van de gemeente waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft. Maar in se is deze inschrijving niet doorslaggevend. Indien blijkt dat een persoon wel is ingeschreven op een bepaald adres in een gemeente, maar in realiteit ergens anders woont, is er evenzeer sprake van domiciliefraude. Dit kan dan bijvoorbeeld worden vastgesteld aan de hand van het elektriciteitsverbruik, de school van de kinderen, de plaats van tewerkstelling, lidmaatschap van plaatselijke sport- en culturele verenigingen etc.

In het verleden hebben reeds een aantal belastingplichtigen problemen gehad met de fiscale administratie omdat ze niet effectief woonden op hun officieel domicilieadres, meestal in een laag of niet belaste kustgemeente. En dat is maar terecht ook. Want wie gebruikt maakt van de gemeentelijke infrastructuur van een gemeente waar hij in hoofdzaak verblijft, moet ook in deze gemeente personenbelasting betalen. Gemeenten moeten op dat vlak ook fair play tonen ten aanzien van elkaar. Indien een gemeente vaststelt dat een persoon die in de gemeente is ingeschreven, daar niet effectief verblijft, dan moet gemeentelijke overheid ingrijpen en de fiscus inlichten en niet voor het eigen fiscaal gewin de ogen sluiten.

En het speelt hierbij geen rol of de persoon in kwestie zich om fiscale redenen frauduleus in een gemeente heeft laten inschrijven, dan wel zich in een andere gemeente heeft laten domicimiëren om zich om strategische politieke redenen verkiesbaar te stellen in een centrumstad.