Kent u Cédric Frère? Neen? Wel beste lezer, Cédric Frère is de kleinzoon van de Waalse industriële tycoon Albert Frère, die met een vermogen van 6,2 miljard euro de vierde plaats bekleedt in de lijst van de rijkste Belgen. Ja hoor ik u denken, en wat is daar nu zo speciaal aan? Wel Cédric Frère werd recent door Minister van Financiën Johan Van Overtveldt, benoemd als Regent in de Regentenraad van de Nationale Bank.
En is dat dan zo bijzonder? Op zich niet natuurlijk, ware het niet dat Cédric Frère met zijn benoeming in de voetsporen treedt van zowel zijn vader als van zijn grootvader. Drie opeenvolgende generaties Frère die als Regent van de Nationale Bank worden benoemd, dat doet toch wel de wenkbrauwen fronsen. De Regentenraad van de Nationale Bank is immers geen praatbarak van gearriveerde captains of industry, maar wel een cruciaal orgaan van één van de belangrijkste instellingen van ons land. Het is immers de Regentenraad die toezicht uitoefent over de Nationale Bank en “van gedachten wisselt” (lees adviseert) over het monetair beleid en over de economische situatie van het land en van de Europese Gemeenschap. Het kan dan ook niet worden ontkend dat de Regentenraad van de Nationale Bank weegt op het beleid. Het bemachtigen van een zitje in de Regentenraad van de Nationale Bank is dan ook wel degelijk belangrijk voor wie van buiten de politiek een zekere invloed wil uitoefenen op de besluitvorming.
De Regentenraad van de Nationale Bank telt tien leden waarvan er vijf leden worden aangeduid door organisaties uit handel, industrie of middenveld en vijf leden worden aangeduid door de regering. Eén van deze regeringsbenoemingen betreft dus Cédric Frère. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) verdedigde de benoeming op Radio 1 door schaamteloos te stellen dat de regentenraad van de Nationale Bank een weerspiegeling vormt van de sociaal-economische krachten en dat Cédric Frère de vertegenwoordiger is van het ondernemerschap in Franstalig België. Verder liet Minister Van Overveldt nog fijntjes weten dat hij enkel de procedure volgt en dat Cédric Frère werd benoemd op voordracht van regeringspartij MR. Bij het horen van dergelijke nonsens zou de journalist Johan Van Overtveldt onmiddellijk zijn pen in vitriool hebben gedoopt.
We moeten men zijn allen dan ook ronduit verontwaardigd zijn over de benoeming van de derde Frère als Regent van de Nationale Bank. De onderneming Albert Fère en zonen is immers geen dorpsslagerij, maar een financieel machtig concern, die er blijkbaar zonder enig probleem in slaagt om de politici zo ver te krijgen dat zij een familiezitje in de Nationale Bank warm houden voor de familie Frère. En als de invloed van de familie Frère zo ver reikt, dan stelt zich natuurlijk ook de volgende vraag hoe de politiek gaat reageren als de familie Frère andere zaken gaat vragen.
En dat de familie Frère invloed heeft is duidelijk. Binnen de Regentenraad van de Nationale Bank is er niemand die openlijk kritiek wenste te geven op de benoeming. In de krant De Standaard stelde UNIZO-topman Danny Van Assche enkel dat de benoeming opmerkelijk is, maar wou hij net als VBO-voorzitter Pieter Timmermans, niet inhoudelijk reageren. En ook op politiek vlak is het opvallend stil. Van de kant van de regering is er geen enkele partij die zich openlijk vragen stelde of durfde stellen bij de benoeming. Maar ook van de kant van de oppositie is er amper kritiek. De enige welgekomen uitzondering op dat vlak is Hendrik Vuye die via Twitter liet weten de Minister van Financiën in het parlement te ondervragen over deze kwestie.
Met de benoeming van Cédric Frère blijkt dat de oude politieke cultuur hoe langer hoe meer terug is van nooit te zijn weggeweest. Dat hebben we recent ook nog kunnen zien met de omstreden aanstelling van Martin Selmayr tot Secretaris Generaal van de Europese Commissie. Nochtans hebben heel wat van de huidige generatie politici de afgelopen jaren hun stem laten horen en hebben zich verzet tegen het beleid van de politieke benoemingen. Thans moeten vaststellen dat de politieke criticasters van de politieke benoemingen, thans schaamteloos dezelfde toer opgaan is vrij choquerend.
De wapenspreuk van Albert Frère, die ook de titel van baron draagt, luidt “Amat Victoria Curam”. Geen overwinning zonder inspanning. Het wordt dan ook hoog tijd dat de politiek inspanningen doet om de aanstellingen van mensen op cruciale posities binnen het staatsbestel op een transparante manier te laten gebeuren op basis van de inhoudelijke kwaliteiten van de kandidaten. Dat zou pas een maatschappelijke overwinning zijn.
howdy@taxicology.be
