De laatste maanden is er enige bezorgdheid ontstaan over die belastingschijven door de hoge inflatie en de daarmee gepaard gaande loonindexering. Een aantal politici stelde dat de burgers door de indexatie van het loon in een hogere inkomstenschijf zouden belanden en daardoor meer belasting zouden moeten betalen. Dat is tegelijkertijd waar én niet waar. Het klopt niet echt dat je meer belasting op de geïndexeerde lonen zal moeten betalen, om de eenvoudige reden dat ook de belastingschijven in de personenbelasting elk jaar automatisch worden geïndexeerd, en dus worden aangepast aan de begroting.
Wanneer de lonen vlugger worden geïndexeerd dan de belastingschijven van de bedrijfsvoorheffing, kan het wel zijn dat je tijdelijk te veel voorschot betaalt.
Voorschot op te betalen belasting
Waar er wel een probleem is, is met de bedrijfsvoorheffing. Wie gaat werken en een loon ontvangt, kan elke maand vaststellen dat zijn werkgever naast sociale zekerheidsbijdragen ook bedrijfsvoorheffing van het loon heeft afgehouden. Die bedrijfsvoorheffing is in feite een voorschot op de uiteindelijk te betalen belasting, en om die te berekenen wordt er eveneens met belastingschijven gewerkt.
Problemen door niet te indexeren
Maar de inflatie levert wel een aantal andere problemen in de personenbelasting op, net vanwege het feit dat verschillende grensbedragen in de personenbelasting helemaal niet worden geïndexeerd, of omdat de indexering ervan is bevroren tot 2024. En dat zorgt ervoor dat verschillende aftrekposten in de personenbelasting niet worden aangepast aan de inflatie, wat dus tot gevolg heeft dat de fiscale aftrek of fiscale vrijstelling beperkt wordt.
Een mooi voorbeeld is de fiscale aftrek voor het woon-werkverkeer die niet geïndexeerd wordt, en beperkt blijft tot 0,15 euro per kilometer. En dat terwijl we allemaal wel merken dat de brandstofkosten alsmaar stijgen. Ook het bijkomend jaarlijks forfait van 75 tot 175 euro voor verplaatsingskosten indien je minstens 75 kilometer van je werk woont, wordt niet geïndexeerd. Dit betekent dus dat de fiscale aftrek eigenlijk proportioneel vermindert.
Hetzelfde kan ook gezegd worden van de belastingvrijstelling voor eco-cheques waar het maximale bedrag van de vrijstelling beperkt blijft tot 250 euro per jaar. Voor sport- en cultuurcheques gaat het om 100 euro per jaar. Ook die bedragen worden niet geïndexeerd, wat door de stijging van de levenskost dus een fiscaal nadeel oplevert.
Een ander voorbeeld is de niet geïndexeerde fiscale vrijstelling van 980 euro voor interesten op spaarboekjes en van 800 euro voor dividenden op aandelen. Dit is duidelijk in het nadeel van de spaarder.
De grensbedragen voor de belastingvermindering voor pensioensparen blijven begrensd op 990 en 1.270 euro.
En tot slot zijn er ook nog heel wat belastingverminderingen die niet geïndexeerd worden. Zo blijven de grensbedragen voor de belastingvermindering voor pensioensparen begrensd op 990 en 1.270 euro, en voor het verwerven van aandelen van het bedrijf waarvoor men werkt tot 780 euro. Voor een rechtsbijstandsverzekering blijft de basis voor de belastingvermindering beperkt tot 310 euro. En voor wie een beroep wil doen op de belastingvermindering voor laadpalen, blijft de maximale uitgave beperkt tot 1.500 euro.
De inflatie heeft dus ook wel degelijk negatieve fiscale gevolgen, althans voor de belastingplichtige. De niet-indexering van heel wat fiscale aftrekposten en vrijstellingen is dan weer in het voordeel van de schatkist.

howdy@taxicology.be
