De Nederlandse premier Mark Rutte verraste vriend en vijand door out of the blue aan te kondigen dat Nederland een “verstandige” CO²-heffing op bedrijven zal invoeren. Binnen de Nederlandse regering werd immers beslist om de CO²-uitstoot tegen 2030 met 49% te verlagen en dat vereist maatregelen. Met het voorstel om de bedrijven een CO²-heffing te laten betalen, pareerde Mark Rutte de kritiek dat de lasten van het Nederlandse klimaatplan vooral op de schouders van de gezinnen dreigde terecht te komen. Het Nederlandse Centraal Planbureau had immers berekend dat het klimaatbeleid tegen 2030 zou leiden tot een gemiddeld koopkrachtverlies van 1,3%, waarbij vooral de lagere inkomen zouden worden getroffen.
De vraag stelt zich echter of een CO²-heffing opleggen aan bedrijven in se wel een verstandige economische beleidsbeslissing is. In theorie leidt een CO²-heffing tot gunstige ecologische effecten, zoveel is duidelijk. De heffing zorgt er immers voor dat de externe kost van de CO²-uitstoot wordt doorgerekend aan vervuilende bedrijven. Die bedrijven zouden dan door de fiscale prikkel worden aangespoord om meer te investeren in een ecologische bedrijfsexploitatie en ook op langere termijn ecologisch geresponsabiliseerd worden bij het maken van strategische keuzes. Dus in theorie lijkt de invoering van een CO²-heffing een goede zaak te zijn, maar wie wat dieper nadenkt zal ook onmiddellijk beseffen dat de invoering van een CO²-heffing niet geheel zonder economisch gevaar is.
Vooreerst lijkt de invoering van een pure nationale CO²-heffing zowel vanuit economisch maar ook vanuit ecologisch perspectief contraproductief te werken. Wanneer een land louter op zichzelf beslist om een CO²-heffing in te voeren, zal dit uiteraard een negatief effect hebben op de productiekost van de in dat land gevestigde bedrijven. En een hogere intrinsieke fiscale productiekost zal dan weer een negatieve impact hebben op de aantrekkelijkheid van een land voor buitenlandse investeringen. Maar ook ten aanzien van de nationale investeringen kan een CO²-heffing contraproductief werken. Net zoals we recent met Bekaert en Lipton nog hebben mogen ervaren, kan een hoge loonkost bedrijven ertoe bewegen om de exploitatie te delocaliseren. Maar ook een hoge CO²-kost kan een zelfde effect hebben. Er kan ook worden verwacht dat bedrijven de kost van een CO²-heffing en de daarmee gepaard gaande groene investeringen zullen afwegen tegenover de voordelen van een delocalisatie naar landen met minder of geen ecologische fiscaliteit en dat kan dus leiden tot economische eco-drain. In dit geval zal men bovendien ook moeten beseffen dat het economisch delocaliseren van bedrijfsactiviteit misschien wel tot een lokale daling van CO²-emissies kan leiden, maar daarom niet noodzakelijk tot een internationale daling van de vervuiling.
Een tweede bedenking die we ons moeten maken is dat een CO²-heffing wel een sturend effect mag hebben, maar niet bestraffend mag werken. Bedrijven moeten met andere woorden in de mogelijkheid worden gesteld om de overstap te maken naar schonere productieprocessen. Dit kan maar als er op technologisch vlak alternatieven kunnen gevonden worden om cleaner te produceren en als de investeringskost ook haalbaar is voor de bedrijven. Investeren in propere maar dure technologie zal een impact hebben op de winsten van de bedrijven en in sectoren waar de winstmarges vrij beperkt zijn, kunnen zware investeringen ook zwaar gaan doorwegen op het bedrijfsresultaat. Ook die vaststelling zou bedrijven ertoe kunnen aanzetten hun productieproces te delocaliseren. Een verstandige CO²-heffing zorgt er dan ook voor dat het tarief van de CO²-heffing stelselmatig wordt aangepast in functie van de mogelijkheden die de beschikbare technologie biedt en geeft bedrijven een termijnperspectief om zich zonder fiscale bestraffing aan te passen aan het ecologisch beleid.
Ook de klant mogen niet uit het ook verloren worden. Indien bedrijven door de CO²-heffing gedwongen worden om te investeren in meer ecologische productieprocessen, zullen zij deze kosten ongetwijfeld willen doorrekenen aan de klanten. Dit geldt zowel voor de fiscale kost van de CO²-heffing zelf, als voor de investeringskost van de ecologische transitie. Het doorrekenen van kosten aan de consumenten kan dan ook leiden tot kostprijsverhogingen die de koopkracht zullen aantasten. Ook dat is een reëel gevaar waar rekening mee moet worden gehouden.
Rest dan nog tot slot de vraag wat er met de opbrengst van een CO²-heffing op bedrijven moet gebeuren. De voorstanders van een dergelijke heffing zien een mogelijkheid om de opbrengst van een CO²-heffing te gebruiken als compensatie voor de verlaging van de eigenlijke vennootschapsbelasting. Op het eerste zicht lijkt het een goede zaak te zijn om de opbrengst van de CO²-heffing terug te laten vloeien naar de bedrijven, omdat anders de CO²-heffing een pure belastingverhoging voor de bedrijven zou zijn, maar ook dat is niet evident. Het is immers net de bedoeling van een CO²-heffing om sturend te werken en de CO²-uitstoot te doen dalen waardoor de belasting jaar na jaar minder zal opbrengen. De kans is dan ook reëel dat een CO²-heffing budgettaire problemen doet ontstaan.
Tussen ecologische droom en fiscale daad, staan dan ook een pak economische bezwaren in de weg.
howdy@taxicology.be
